Research group

‘Human Movement & Adaptation’

In de onderzoeksgroep Human Movement & Adaptation van het Instituut voor Bewegingsstudies (IBS) aan de HU University of Applied Sciences (UAS) Utrecht wordt onderzoek gedaan naar de wederkerige relaties tussen een aandoening en de wijze waarop het bewegen wordt aangepast. Door de betrokkenheid van de Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen (FGB) van de VU Amsterdam is er de unieke mogelijkheid om de noodzakelijke brug te slaan tussen fundamentele theorie en klinische praktijk.

P1030184
P1030252
P1030179

HU bewegingslab

 

Introductie

In aanwezigheid van een aandoening verandert het menselijk beweeggedrag. Heeft iemand acuut pijn in zijn schouder, dan zal hij in de meeste gevallen de arm minder ver heffen omdat dit pijnlijk is. Ook op spierniveau worden bewegingen anders uitgevoerd. Spieren spannen aan om te zorgen dat de schouder ‘stijf’ wordt ter bescherming van verdere schade. Deze aanpassing is adaptief en evolutionair bepaald. In de meeste gevallen treedt na enige tijd herstel op van de pathologie. Hierbij ruilt de mens stapsgewijs  de bewegingsstrategie ter bescherming van de schouder weer in voor de ‘normale’ wijze van bewegen.

In sommige gevallen herstelt de pathologie niet, zoals bij structurele schade aan gewrichten. Deze mensen tonen een veranderd beweeggedrag waarvan niet bekend is of, en in welke gevallen, dit bewegingsgedrag adaptief is aan de nu chronische pathologie. In een ander deel van de gevallen herstelt de oorspronkelijke pathologie wel, maar blijven chronische klachten bij het bewegen aanwezig. De oorzaken hiervoor zijn onduidelijk. Vaak wordt dan wanhopig gezocht naar toch één of andere vorm van pathologie en worden interventies toegepast gericht op het herstel van een veronderstelde structurele pathologie. Het effect van deze therapieën ontstijgt niet dat van een goede placebo. Een logischer oorzaak van deze chroniciteit dan een nog niet ontdekte primaire pathologie is dat deze mensen hun bewegingsstrategie niet of te weinig aanpassen aan het herstel van de initiële laesie. De bewegingsstrategie die zinvol was in de acute fase (adaptief) leidt nu in zichzelf tot klachten (mal adaptief). In het geval van de schouder kan bijvoorbeeld een andere sturing van de scapula tijdens het bewegen van de arm in de acute fase adaptief zijn ter bescherming van het gelaedeerde weefsel, maar op de langere termijn schadelijk door de continue toegenomen compressie subacromiaal en het verminderd bewegen als gevolg van de spierspanning.

Onderzoekslijnen

In de onderzoeksgroep Human Movement and Adaptation wordt onderzoek gedaan naar de wijze van adapteren van patiënten aan pathologie. Daarbij focust de onderzoeksgroep zich op drie soorten aandoeningen
HUman movenment and adaptation, onderzoeklijnen

  • Centraal neurologische aandoeningen
  • Schouder aandoeningen
  • Lage rug en nek aandoeningen

die vanuit drie invalshoeken van het menselijk bewegen worden beschouwd

  • Mal (adaptief) bewegingsgedrag
  • Variatie in bewegen
  • Proprioceptie (lichaamsgevoel)

met als doel

  • Verworven fundamentele kennis toepasbaar te maken in de klinische praktijk

Onderzoekslijn ‘Schouder’

Binnen de onderzoekslijn Schouder zijn twee promotieonderzoeken gestart en is één promotieonderzoek in voorbereiding. In deze onderzoeken participeren studenten middels kleine spin-offs of deelstudies. Dit onderzoek vindt plaats in nauwe samenhang met de HU-BMC Shoulder Clinic in  de  Kliniek voor Beweegzorg van Bergman Clinics te Naarden. De uitvoerenden zijn actieve deelnemers in de ShoulderCommunity.

Titel: Contingente adaptatie bij cliënten met schouderpijn; Aanpassen van beweeggedrag om chroniciteit tegen te gaan?

Promovendus: Norman D’hondt

Begeleiding: prof. dr. DJ Veeger, dr. H. Kiers.

Chroniciteit van schouderpijnklachten is van grote invloed op het dagelijkse functioneren van een individu; dikwijls leidt het tot ziekteverzuim en worden mensen er zelfs door belemmerd in hun zelfredzaamheid. Waarom schouderpijnklachten chronisch worden en hoe ze effectief kunnen worden behandeld, is nog onvoldoende bekend. Vermoedelijk speelt de aanwezigheid van onwenselijk aangepast beweeggedrag en het onvermogen van het individu om dit zelfstandig te veranderen, hierin een cruciale rol. In dit promotieonderzoek wordt dit adaptatiemechanisme nader onderzocht en worden op basis hiervan in nauwe samenhang met de beroepspraktijk meetmethoden ontwikkeld om een cliënt-gerichtere behandelaanpak in het tegengaan van chroniciteit mogelijk te maken.

Titel: Schouderklachten in de eerstelijns fysiotherapiepraktijk: patiëntkarakteristieken en prognostische variabelen op het beloop.

Promovendus: Sijmen Hacquebord

Begeleiding: Prof. dr. Rob Nelissen, dr. H. Kiers

Inzicht in prognose op herstel en prognostische variabelen is essentieel om een inschatting te maken bij welke zorgverlener een patiënt de beste prognose op herstel heeft. De prognose op herstel en prognostische variabelen die dit herstel voorspellen zijn voor patiënten met schouderklachten bij de fysiotherapeut onbekend. Dit promotietraject beoogt inzicht te krijgen in de prognose op herstel en subgroepen van patiënten met schouderklachten te identificeren die primair bij de fysiotherapeut terecht zouden moeten komen voor de beste prognose op herstel.

Dataverzameling vindt plaats in reguliere eerste lijns praktijk via prospectief cohort onderzoek in drie cohorten van elk een apart kwaliteitsniveau.

Titel: Beweeggedrag van het instabiele glenohumerale gewricht: verbeteren van inzicht en behandelresultaat.

Promovendus: Eric Schoemaker

Begeleiding: prof. dr. DirkJan Veeger, dr. Henri Kiers

Een verbeterd inzicht in oorzaken, gevolgen en adaptieve processen helpt bij een juiste diagnosestelling en voorkomt mogelijk onnodig chirurgisch ingrijpen. Dit promotieonderzoek richt zich op de mechanismen die ten grondslag liggen aan het ontstaan of recidiveren van stabiliteitsklachten van het glenohumerale gewricht. Met onder meer een kadaverstudie zal de passieve stabiliteit en de invloed daarvan op het beweeggedrag van het glenohumerale gewricht in kaart worden gebracht. Deze uitkomsten zullen worden gebruikt voor het ontwikkelen van een meetinstrument voor de (fysiotherapeutische) praktijk.

Naast deze drie bestaande onderzoekstrajecten is er een studie in voorbereiding. Deze studie zal zich richten op de relatie tussen perceptie van schouderklachten en de wijze van bewegen.

Hogeschool Utrecht
Instituut voor Bewegingsstudies
Heidelberglaan 7
3584 CS Utrecht

info@shouldercommunity.nl